Impressie van een verwonderde éénoog

door Joep Kruijsen

Kort verslag van het 21e beeldhouwweekend van Stichting KUBES van 10 tot en met 12 september 2010, in Linden.

Iedereen die ooit bij Ruud Schrijvershof heeft gebeeldhouwd, zal beamen dat de man en zijn atelier in Linden, de immense tuin, en niet in het minst de keuken, een klein paradijsje vormen. Voeg daar de nazomerzon aan toe; voeg daar vooral achttien blinden en slechtzienden aan toe, die er op zijn gebrand oude ervaringen op te halen of nieuwe beeldhouw-ervaringen op te doen omdat de roep van Linden zich intussen had verbreid, en je hebt een groot paradijs.

Hoe groot de aantrekkingskracht van het Kubes-beeldhouwweekend is, bleek uit de Nieuwsbrief van maart 2010. Nadat was aangekondigd dat degenen die zich voor het afgelaste weekend van 2009 hadden aangemeld, voorrang zouden krijgen in 2010, staat er lakoniek: “Omdat iedereen weer inschreef, is het beeldhouwweekend 2010 nu al volgeboekt”.

Pas na het weekend in Linden ben ik op de site van Kubes gaan rondkijken. Ik kwam er de prachtige en informatieve korte film Kubes 20 jaar in beeld tegen. Als ik de film vóór het weekend had gezien, had ik toen al geweten dat Kubes al een intensieve geschiedenis en talrijke tradities in zich draagt, waaronder (bijna) jaarlijks een beeldhouwweekend, dat er intussen bijna 20 exposities zijn geweest en tien catalogi zijn uitgegeven met werk uit de KUBES-kring. Ik had vooral geweten dat het voor het ruimtelijke houwen van een beeld niet eens zoveel uitmaakt of je blind bent of ziend, je maakt het alleen ànders, met àndere zintuigen.

Terug naar die vrijdagochtend 10 september op het station van Nijmegen. Onwennig en onwetend wat ons boven het hoofd hing, stonden de drie cursisten van Ruud die hij gevraagd had hem te assisteren, Heleen, Pierre en ik, de eerste gasten op te wachten. We deelden de ervaring een week in Savignat met George Kabel gehakt te hebben, maar andere ervaringen met blinden of slechtzienden hadden we nauwelijks.

Het was het begin van een buitengewoon weekend. Binnen de kortste keren kende iedereen iedereen bij naam, de achttien hakkers en de acht stafleden, en in een mum van tijd ontstond er een hechte groep, hoe omzichtig sommigen in de eerste ontmoeting ook opereerden. Dik ingepakt en verborgen achter een donkere bril arriveerde je dan, maar die schillen werden een voor een afgeworpen. En al snel was te zien hoe vertrouwd de nieuwe omgeving was geworden.

Eén van de indrukwekkendste ervaringen was voor mij wel te merken (te “zien”), dat slecht of geen zicht beslist geen hindernis is om met anderen in contact te treden, integendeel leek het wel: ik merkte hoezeer mijn eigen zien de neiging heeft andere percepties te overschaduwen. Zien en zicht hebben iets vluchtigs. Tastende vingers en vooral intensief luisteren en gespitste aandacht intensiveren het onderlinge contact.
Er is in die twee-en-een-halve dag heel hard gewerkt: gehakt en gevijld en geschuurd om de weerbarstigheid van de steen te overwinnen en er ontstond, toen de tijd zondagmiddag begon te dringen, een ware race tegen de klok om de beelden nog in de was gezet te krijgen.

Ze waren dan ook allemaal af of zover gereed dat de bedoeling van de makers duidelijk was. Het weekend betekende ook de opmaat naar de volgende jubileumtentoonstelling van Kubes, waaraan al druk wordt voorbereid.

Het eindoverzicht van de beelden was indrukwekkend, vooral hoe er vol bewondering naar elkaars werk werd gekeken: hoe het werd aangeraakt en hoe men zich liet raken, hoe erover werd gecommuniceerd, zoals blinden dat zo goed kunnen.
De bijgaande foto’s laten dat zien.

Op de eerste avond verduidelijkte George Kabel zijn persoonlijke relatie met de antieke filosofen en de kunst. Het was laat en we waren moe van de lange dag buiten, maar toch… op zaterdagochtend ging het gesprek bij de stenen heel vaak over de inspiratie in eigen of elkaars werk: op zoek naar de platoonse ofwel aristoteliaanse bron, of, zoals George het uitdrukte, kunst als gemodelleerd vanuit de (onbereikbare, goddelijke) bovenwereld of juist als weergave van de waarneembare wereld. En over wat die tweedeling speciaal voor een blinde zou inhouden. Van heel andere aard, maar zeker niet minder opwindend was de avond van de tweede dag, waarop Pierre met een collega de Afrikaanse jambee-trommen introduceerde. Onvermoede danstalenten kwamen in het atelier tot leven.

De keuken van Linden kwam al ter sprake. Zesentwintig gasten passen letterlijk en figuurlijk met gemak in de grote warme huiskamer van Ruud en Ans Schrijvershof, en de maaltijden Ans, Mieke en Anneriet waren voortreffelijk.

Ik zou maar weer snel inschrijven, zodra het 22ste beeldhouwweekend in het KUBES-Nieuws wordt aangekondigd.

Joep Kruijsen

Laatst bijgewerkt op zaterdag 25 juni 2016

Naar boven