Aanbevelingen voor medewerkers van instellingen zoals musea die mensen met een visuele beperking rondleiden

Slechtziendheid is er in allerlei variaties. Er zijn mensen met kokervisie, waarbij ze alles door een smalle buis zien, er zijn mensen die niets zien in schemerlicht, er zijn mensen die wel schaduwen zien, maar niets een beetje scherp en zo zijn er nog meer varianten van slechtziendheid te noemen . Als iemand met een blindenstok of blindengeleidehond loopt, dan betekent het niet altijd dat hij helemaal niets ziet. Maar iemand die een zware zonnebril op heeft, ziet niet per definitie nog wat. Soms is licht schadelijk voor de ogen. Er zijn ook grote verschillen in de mate waarin en de manier waarop deze mensen visuele ervaringen hebben. Mensen die vanaf de geboorte blind zijn hebben andere ervaringen dan mensen die op latere leeftijd blind zijn geworden en/of op wat voor manier dan ook nog iets kunnen zien. Het is zinvol dit bij aanvang van de rondleiding te inventariseren en er zo mogelijk op in te spelen.

Het is wel belangrijk dat een rondleiding voor deze mensen aangepast wordt. Blinden en slechtzienden moeten zich via andere zintuigen oriënteren en meer tijd nemen om te bepalen waar ze zich bevinden en waar ze heen moeten. Het is belangrijk voordat een blinde/slechtziende een gebouw/ruimte binnen gaat deze te beschrijven, ook de buitenkant ervan, zodat de blinde/slechtziende weet waar hij/zij is en naar binnen gaat.

De mondelinge informatie die gegeven wordt vraagt bijzondere kwaliteiten van de verteller. Het is belangrijk dat deze gedetailleerd beschrijvend en heel beeldend is.
Mensen met een visuele beperking luisteren graag naar boeiende verhalen, achtergronden etc.
De verteller mag er van uitgaan dat de bezoeker met een visuele beperking in hoge mate afhankelijk is van de ogen van de rondleider. Het is fijn als deze zich van tevoren hier op voorbereid en zich probeert in te leven in de positie van de blinde of slechtziende bezoeker. Dat kan o.a. door zich af te vragen, staande bij een voorwerp, beeld, in een ruimte: Wat zou ik hiervan willen weten als ik het niet kan zien. En: Op welke manier kan ik dat te weten komen, kan ik kijken met mijn handen of kan er over verteld worden en wat valt er dan over te zeggen. Het gebruik van termen als "kijken" en "zien" en dergelijke, hoeft daarbij niet krampachtig vermeden te worden. Het gebruik van duidelijk plaatsbepalende termen als voor u, boven u, rechts van u is belangrijk naast ruimtelijke omschrijvingen. Bij het ontsluiten van een collectie kan het laten zien (met de handen) van een deel van de collectie dat voor aanraking in aanmerking komt, voldoende en representatief zijn voor de totale collectie.
Onze ervaring leert dat blinden en slechtzienden door hun andere manier van waarnemen aanzienlijk meer tijd nodig hebben voor een rondleiding, anderhalf á twee keer zoveel.
Geef veel ruimte om vragen te stellen.
Het heeft vaak de voorkeur mensen met een visuele beperking eerst zelf het te ervaren object te “bekijken” en daarbij, waar toepasselijk is, de aanvullende informatie te geven. Ook deze mensen moeten de kans krijgen hun omgeving te ervaren zonder dat zij daarin “voorgeprogrammeerd” worden.
Probeer andere zintuiglijke ervaringen in te schakelen, voelen, luisteren (hoe klinkt een ruimte, het materiaal), ruiken, proeven. Probeer informatie te laten ervaren en zo nodig te geven over kleur, structuur, aard van het materiaal, vorm, ruimte, afstanden, aantallen, hoogte, etc. Zorg dat visuele informatie waar mogelijk met geluid of met braille wordt ondersteund (bijvoorbeeld in bewegwijzering). Grote kleurcontrasten in bewegwijzering kunnen slechtzienden soms helpen, maar aanwijzingen als 'Volg de rode lijn” zijn zinloos.

Een aantal aanpassingen in en om het gebouw kunnen blinden en slechtzienden helpen:
- Geleidelijnen
- Obstakelvrije doorgang
- Glazen deuren goed gemarkeerd
- Goed verlichte liften met knoppen en teksten in braille en spraak
- Trappen en afstapjes gemarkeerd met contrasterende kleuren
- Hoorbaar oproepsysteem (bijvoorbeeld in een wachtruimte)
Maak algemene informatie in braille of in grote letter, of als geluidsfragment beschikbaar.
Andere hulpmiddelen kunnen zijn: maquettes, plattegronden in reliëf, Zo kunnen blinden en slechtzienden aan het begin van een rondleiding of bezoek een globale indruk krijgen van het gebouw, zowel qua omvang als ruimtelijke indeling.
Ook bij mensen met een visuele beperking is soms veel belangstelling voor technische zaken.

De commissie Excursie en Advies
Hans Bögemann

Hier kunt u vrijblijvend de aanbevelingen voor medewerkers van instellingen zoals musea die mensen met een visuele beperking rondleiden downloaden.

Download de aanbevelingen voor medewerkers van een instelling als Word document (bestandsgrootte: 25 kB)

Laatst bijgewerkt op zaterdag 21 juni 2014

Naar boven